Begin van de bevalling
De bevalling wordt ingezet doordat de baarmoeder zich begint samen te trekken (weeën) waardoor de baarmoedermond verandert (verstrijken en ontsluiten).
De bevalling kan ook beginnen met het breken van de vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt.
Als de vliezen hoog in de baarmoeder breken, kan het vruchtwater ook druppelsgewijs verloren worden.
Daarna ontstaan de weeën.
Soms komen de weeën niet op gang als de vliezen gebroken zijn.
Meestal wordt de bevalling dan na 24 uur ingeleid i.v.m. infectiegevaar.
De ontsluitingsfase
Het doel van ontsluitingsweeën is het open laten gaan van de baarmoedermond.
Als de weeën beginnen is het tijdsinterval tussen twee weeën ongeveer 10-30 minuten en duurt elke wee ongeveer 40 seconden tot 60 seconden.
De samentrekkingen van de baarmoeder komen gedurende de bevalling met steeds kortere intervallen en worden sterker, langer en pijnlijker.
Een wee begint minder pijnlijk en wordt naarmate de seconden voorbijgaan steeds pijnlijker tot een bepaald hoogtepunt.
Daarna zwakt de pijn weer af.
Door het sterker en pijnlijker worden van de weeën, treedt er een bepaalde gewenning aan de pijn op.
Dat komt door hormonen die in het lichaam vrijkomen.
Aan het eind van het eerste stadium komt er elke twee minuten een wee, die ongeveer een minuut aanhoudt.
Bij elke contractie wordt de baarmoedermond een beetje opgerekt totdat deze een diameter van ongeveer 10 centimeter heeft bereikt.
Dit wordt volledige ontsluiting genoemd.
Bij de eerste bevalling van een vrouw duurt dit eerste stadium gemiddeld zo'n 24 uren, maar dit kan sterk wisselen.
De geboorte van volgende kinderen duurt vaak korter.
De uitdrijvingsfase
Nadat de opening van de baarmoedermond voldoende is opgerekt volgt het volgende stadium van de bevalling.
In dit stadium wordt door grote samentrekkingen van alle spieren in de onderbuik, inclusief de baarmoeder, de baby door het geboortekanaal geduwd.
Deze persweeën lijken wel enigszins op de aandrang bij toiletbezoek, en zijn onweerstaanbaar sterk.
De vrouw kan niet anders dan actief mee gaan persen.
In dit stadium van de bevalling breken de vliezen als dit niet in het begin van de ontsluitingsfase al is gebeurd.
Als het persen langer dan 1 tot 1.5 uur duurt, zal een gynaecoloog moeten ingrijpen. Vaak betekent dit dat er een niet vorderende uitdrijving is en een kunstverlossing danwel een keizersnede (sectio caesarea) moet plaatsvinden. In sommige gevallen is alleen "inknippen" voldoende om de baby alsnog op de normale manier geboren te laten worden.
Het grootste deel van de baby, het hoofd, kost de meeste moeite om naar buiten te persen.
Als het hoofdje eenmaal geboren is, zal in de meeste gevallen nog slechts één perswee nodig zijn om het hele lijfje naar buiten te duwen.
De nageboortetijdperk
Een kwartier tot een half uur na de geboorte van het kind wordt de placenta nog uitgestoten, dit wordt nageboorte genoemd.
Pas dan is de bevalling afgelopen.
De geboorte van de placenta kan bespoedigd worden door een injectie met syntocinon.
Dat is een kunstmatige vorm van oxytocine.
De placenta laat een wond achter in de baarmoeder waardoor de vrouw gedurende een aantal weken vloeit.
Na de bevalling
Na de bevalling vloeit de vrouw nog ongeveer 10 dagen.
Deze bloeding is veel heftiger dan tijdens een menstruatie.
Na ongeveer 10 dagen neemt het vloeien af en lijkt de vloeiing wel op een normale menstruatie.
Af en toe kan de vrouw pijn hebben in haar buik of in haar rug.
Dat komt door de baarmoeder, die zich weer samentrekt om zijn oorspronkelijke afmetingen weer aan te nemen.
De grootte van de baarmoeder wordt gecontroleerd door de kraamverzorgster en de verloskundige.
Bij het geven van borstvoeding treden deze baarmoedercontracties in sterkere mate op, hetgeen het herstel bespoedigt zodat de wond die ontstaan is door het loslaten van de placenta sneller geneest en kleiner wordt.
Vrouwen die geen borstvoeding geven zullen dan ook langer vloeien dan vrouwen die wel borstvoeding geven.
De meeste vrouwen die borstvoeding geven zullen 3-4 weken na de bevalling niet meer vloeien.
Het hoeft niet bij elke vrouw hetzelfde te zijn.
Sommige vrouwen vloeien na de bevalling net zoals tijdens een menstruatie en deze periode ligt dan ook gelijk.
