Het gebit
Een bekend spreekwoord is: ieder kind kost een tand. Maar is dit wel zo?
Zoals overal in het lichaam verandert er ook in de mond en aan het gebit het een en ander tijdens de zwangerschap.
Toch verandert de vatbaarheid voor tandbederf (cariës) niet tijdens de zwangerschap.
Maar veel vrouwen krijgen een andere eetbehoefte als ze zwanger zijn.
De eetlust neemt toe, zo ook de suikerbehoefte.
Iedere keer dat er iets zoets gegeten wordt is dat een aanval op het gebit.
Dit is dus een reden waarom het gebit het zwaarder te verduren heeft in de zwangerschap.
Daarnaast geven veel vrouwen over, zeker gedurende de eerste 3 maanden.
Het zure maagzuur tast het tandglazuur aan.
Het tandglazuur verdwijnt hierdoor gedeeltelijk en dit komt niet meer terug.
Tandvleesontsteking komt wel vaker voor bij zwangere vrouwen.
Door een combinatie van een verhoogde doorbloeding en zwelling van het tandvlees gaat het tandvlees makkelijker bloeden, hierdoor ontstaat er een open weg voor bacteriën om een ontsteking te veroorzaken.
Tandvleesontsteking komt bij 50% van de zwangere vrouwen voor.
In de zwangerschap worden de bindweefselbanden in het hele lichaam slapper, maar ook tanden en kiezen gaan losser zitten.
Dit herstelt zich vanzelf weer na de bevalling.
Vrouwen die al voor de zwangerschap last hebben parodontitis (ontsteking van het houvast van het gebit) hebben hier in de zwangerschap vaak meer last van.
Volgens Amerikaans onderzoek zou een onbehandelde parodontitis tot vroeggeboorte kunnen leiden.
Dit wordt veroorzaakt doordat de ontsteking een verhoogde activiteit van de afweerreactie van het lichaam geeft en dit kan weeën opwekken.
Bovendien kunnen bacteriën via de bloedbaan in de placenta komen en daar een afstotingsreactie veroorzaken.
Het is dus heel belangrijk om ontstekingen in de mond te voorkomen.
